Ga naar hoofdinhoud
Terug naar Coaching & werk
Coaching4 min leestijd

Zelfvertrouwen: dit betekent het

Wat verstaan we onder zelfvertrouwen en hoe merk je het in je dagelijks leven?

Wat is zelfvertrouwen?

Zelfvertrouwen is de mate waarin je vertrouwen hebt in jezelf en in je eigen kunnen. Stel dat je iets voor het eerst doet, bijvoorbeeld fietsen. Als je hier als kind net mee begint en al een aantal keer bent gevallen, heb je misschien niet veel vertrouwen in je eigen fietsvaardigheden. Je hebt al een paar keer huilend geroepen dat je het niet kan en dat je er mee wilt stoppen. Vol frustratie smijt je je fietsje in de bosjes.

Maar, gelukkig stopte je niet! Het is een proces van vallen en opstaan. Nu, jaren verder, kun je je niet eens voorstellen dat je twijfelde aan je fietsvaardigheid. Je racet in alle drukte door de stad. In de spits, met een volle boodschappentas, een kind voor- of achterop. Regen, wind: je staat er niet eens meer bij stil dat je je hier zo druk om hebt gemaakt. Ja, onzeker ben je af en toe nog wel, maar niet over je fietsvaardigheden! Je hebt ten aanzien van het fietsen zelfvertrouwen ontwikkeld.

Wat vormt je zelfvertrouwen?

Hoe vormt het beeld dat je van jezelf hebt? Wat beïnvloedt de mate van eigenwaarde, zelfwaardering en zelfvertrouwen? Misschien weet je niet beter dan dat je op deze manier naar jezelf kijkt. Toch word je niet geboren met een vaststaand gevoel van zelfvertrouwen.

Hieronder bespreken we drie belangrijke factoren die invloed hebben gehad op de ontwikkeling van je zelfvertrouwen (en je zelfbeeld en zelfwaardering).

1) Ouders / verzorgers: de rol van opvoeding

Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op hoe je zelfbeeld zich ontwikkelt. Een grote factor is welke ervaringen je meemaakt in je jeugd. Het vormen van je zelfbeeld begint al heel vroeg, zo tussen het eerste en tweede levensjaar, waarbij de eerste vijf jaar heel belangrijk zijn. Hoe je ouders (of verzorgers) met je omgingen, met name of hun liefde voorwaardelijk of onvoorwaardelijk voelde, heeft daar veel invloed op. Als je ouders vroeger niet (zo) goed met je emoties en behoeften omgingen, ontwikkel je eerder een laag zelfbeeld. Misschien waren ze druk en kreeg jij weinig aandacht, waren ze erg streng, waren ze te beschermend of was hun gedrag erg onvoorspelbaar. Helaas zijn kinderen op jonge leeftijd niet in staat om te analyseren zoals een volwassene dat kan. Als ouders in hun opvoeding en warmte te kort schieten, zullen kinderen dat vooral aan zichzelf toeschrijven. Als ze van hun ouders bijvoorbeeld geen knuffel krijgen, zullen ze dat op zichzelf betrekken; “dat komt vast omdat ik niet oké ben” “papa vindt mij niet leuk”. Als een ouder bijvoorbeeld depressief en in zichzelf gekeerd is, zal het kind de conclusie trekken dat het niet leuk of goed genoeg is. Genegeerd worden, weinig aandacht krijgen, veel kritiek en weinig waardering ervaren, te hoge eisen die niet passen bij de leeftijd, een prestatiegerichte sfeer of steeds vergeleken worden met een broertje of zusje zijn allemaal factoren die een negatieve invloed hebben op je zelfbeeldontwikkeling. Emotionele verwaarlozing, mishandeling en misbruik zijn van grote negatieve invloed, maar ook te beschermd opgevoed worden kan negatief uitpakken. Als je ouders je te beschermt hebben opgevoed heb je misschien weinig zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen en de aanname ontwikkeld dat je dingen niet alleen aan kunt, anderen nodig hebt, en dat anderen geen vertrouwen in je hebben.

Misschien dat je nu als volwassene wel kan aannemen dat bepaald gedrag van je ouders onvoldoende was om jouw behoeften als kind te vervullen, toch kan het zijn dat deze overtuigingen over het zelf, nog net zo sterk opkomen op momenten dat je een fout maakt of een afwijzing ervaart. Was de liefde van je ouders onvoorwaardelijk en voelden ze je goed aan, dan is de kans groot dat je een positief zelfbeeld ontwikkelt.

2) Omgeving: de rol van sociale invloeden

Niet alleen je ouders zijn van belang voor de ontwikkeling van je zelfbeeld, ook leeftijdsgenoten, een juf of meester en andere mensen die van belang zijn geweest in je jeugd. Misschien lag je goed in de groep, had je veel vrienden en een begripvolle leerkracht. De kans is dan groter dat je een positief beeld van jezelf ontwikkelt. Het kan ook zijn dat je werd gepest, dat een broer(tje) of zus(je) veel invloed had op je zelfbeeld of dat je een hele strenge coach of leerkracht had. Als de ervaringen met belangrijke anderen in je jeugd negatief waren, dan werkt dit een negatief zelfbeeld in de hand.

Ook later in je leven kun je dingen meemaken die een grote impact hebben op je zelfbeeld. Je weet zelf vaak wel welke situaties ervoor hebben gezorgd dat je ‘deuken’ in je zelfbeeld op liep, of die er juist voor hebben gezorgd dat je positiever naar jezelf bent gaan kijken.

3) Aanleg: de rol van genen

Ook je eigen persoonlijkheid, aanleg of temperament kan een rol spelen in het ontwikkelen van je zelfbeeld. Zo kun je van nature bijvoorbeeld meer introvert of extravert zijn, meer gevoelig voor prikkels of juist ondergevoelig, meer of minder angstig, etc. Omdat extraverte types vaak meer openstaan voor nieuwe ervaringen, is zelfvertrouwen opbouwen voor hen gemakkelijker dan voor verlegen, introverte types. Mensen die van nature meer angstig zijn, zijn geneigd vooral te letten op mogelijk gevaar. Ze letten dan ook meer op mogelijke afwijzing, afkeuring en er niet bij horen.

Was dit artikel nuttig?

Blijf op de hoogte

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief en ontvang tips over mentale gezondheid, relaties en persoonlijke ontwikkeling.

Door je in te schrijven ga je akkoord met ons privacybeleid.

Blijf op de hoogte van Hoofdpersoon